clef

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Frans

Woordherkomst en -opbouw
Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  clef     la clef     clefs     les clefs  

Zelfstandig naamwoord

clef v

  1. sleutel (slotopener)
  2. sleutel (gereedschap)
  3. sleutel (code voor geheimschriften)
  4. sleutel (muziekteken)
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • clef anglaise
    • Engelse sleutel
  • fermer à clef
    • op slot doen
  • mettre la clef sous la porte
    • met de noorderzon vertrekken
  • mettre sous clef
    • achter slot en grendel doen
  • prendre la clef des champs
    • het hazenpad kiezen (ervandoor gaan)