ruit

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ruit
enkelvoud meervoud
naamwoord ruit ruiten
verkleinwoord ruitje ruitjes

Zelfstandig naamwoord

ruit v/m

  1. een glazen plaat in een venster.
  2. (wiskunde) een vierhoek waarvan de zijden paarsgewijs gelijk in lengte zijn.
  3. (weverij) een kraanoog of kraanoogkeper.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen