venster

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ven·ster
enkelvoud meervoud
naamwoord venster vensters
verkleinwoord venstertje venstertjes

Zelfstandig naamwoord

venster o

  1. (techniek), (bouwkunde) een opening in een wand of muur van bijv. een woning, waardoor licht naar binnen kan, vaak voorzien van lucht- en waterdicht materiaal als glas
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie