hart

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hart
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: herte, harte
Oudnederlands: herta
Germaans: *hertô
Indo-Europees: *ḱḗr
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: heart (Angelsaksisch: heorte), Duits: Herz, (Oudhoogduits: herza), Fries: hert (Oudfries: herte)
Noord: Zweeds: hjärta, Deens/Noors: hjerte, (Nynorsk: hjarta, hjarte, Oudnoors: hjarta), IJslands/Faeröers: hjarta
Oost: Gotisch: hairto
enkelvoud meervoud
naamwoord hart harten
verkleinwoord hartje hartjes

Zelfstandig naamwoord

hart o

  1. (anatomie) holle spier die door geregeld samen te trekken bloed door het lichaam pompt
Gelijkklinkende woorden
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord hart harte

Zelfstandig naamwoord

hart

  1. (anatomie) hart.


Fries

Zelfstandig naamwoord

hart hert;herkauwend zoogdier, het mannetje draagt een gewei