geruit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·ruit
Woordherkomst en -opbouw

Deelwoord

deelwoord
onverbogen geruit
verbogen geruite
afgeleid van
ruit

geruit denominatief deelwoord afgeleid van het naamwoord ruit

  1. met een ruitjespatroon, zo geweven dat een patroon van rechthoeken zichtbaar is
    Hij droeg een geruit houthakkershemd.
Synoniemen
Vertalingen