ras
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA: /rɑs/
Woordafbreking
- ras
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ras | rassen |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
ras o
- groep waarin mensen, dieren of planten op basis van bepaalde eigenschappen worden verdeeld: het gele ras, het zwarte ras, het blanke ras
Vertalingen
1.
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | ras | rasser | rast |
| verbogen | rasse | rassere | raste |
Bijvoeglijk naamwoord
ras
- snel, in hoog tempo
- Met rasse schreden beende hij de kamer uit.
Afgeleide begrippen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.