ras

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ras
enkelvoud meervoud
naamwoord ras rassen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ras o

  1. groep waarin mensen, dieren of planten op basis van bepaalde eigenschappen worden verdeeld: het gele ras, het zwarte ras, het blanke ras
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ras rasser rast
verbogen rasse rassere raste

Bijvoeglijk naamwoord

ras

  1. snel, in hoog tempo
    Met rasse schreden beende hij de kamer uit.
Afgeleide begrippen


Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen