stroming
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- stro·ming
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van stromen met het achtervoegsel -ing.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | stroming | stromingen |
| verkleinwoord | strominkje | strominkjes |
Zelfstandig naamwoord
stroming v
- het zich in een bepaalde richting voortbewegen van een vloeistof
- Er stond een sterke stroming in de zeearm ten gevolge van de opkomende vloed.
- een bepaalde beweging die zekere denkbeelden gemeen heeft
- Het kubisme was een stroming die in de vorige eeuw de kunst sterk beïnvloed heeft.
Vertalingen
1. voortbewegen van een vloeistof