verrassen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·ras·sen
Woordherkomst en -opbouw
- Van Middelnederlands verraschen; afgeleid van ras, snel: iemand te snel afzijn
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verrassen |
verraste |
verrast |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
verrassen
- (overgankelijk) onverwachts confronteren, overrompelen
- De chanteur werd verrast door de bewijzen tegen hem.
- (overgankelijk) iemand onverwachts verblijden
- Ik wil je graag verrassen met dit cadeau.
Synoniemen
- [1] confronteren, overrompelen
- [2] verblijden
Vertalingen
1. iemand onverwachts met iets confronteren
2. iemand onverwachts verblijden