schielijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schie·lijk
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen schielijk schielijker schielijkst
verbogen schielijke schielijkere schielijkste

Bijvoeglijk naamwoord

schielijk

  1. verouderend: plotseling
    Het kantoor werd vorige week zwaar getroffen door het schielijke overlijden van één onzer medewerkers.