punt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • punt
enkelvoud meervoud
naamwoord punt punten
verkleinwoord puntje puntjes

Zelfstandig naamwoord

punt m

  1. een spits toelopend uiteinde
  2. een klein deel van een oppervlak met een afwijkende kleur
  3. (taalkunde) een leesteken (in de vorm van een stip) dat een zin afsluit
  4. (taalkunde) een diakritisch teken doorgaans boven of onder lettertekens van het Latijnse alfabet geplaatst.
    Voorbeeld van een punt is de ż.
  5. (muziek) een teken (in de vorm van een stip) achter een muzieknoot dat aangeeft dat deze anderhalf keer zo lang dient te duren
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

punt o

  1. een positie in de ruimte
  2. een moment in de tijd
  3. een mening of onderwerp in een discussie of betoog
    Jongens, hou je waffel even, Piet heeft nog wat puntjes
  4. een symbool om een waardering te noteren
  5. een aanduiding van een waarde of score
    ik heb nog wat Douwe-Egbertspunten, misschien kan ik daar nog wat mee doen
  6. (wiskunde) een dimensieloos stuk ruimte
  7. (natuurkunde) (techniek) (meteorologie) (scheikunde) een temperatuur
    dauwpunt, kookpunt, nulpunt, smeltpunt en vlampunt zijn alle zeer specifieke temperaturen waarbij iets bijzonders gebeurt
  8. (muziek) zie contrapunt en orgelpunt
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie