plek
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- plek
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | plek | plekken |
| verkleinwoord | plekje | plekjes |
Zelfstandig naamwoord
- plaats, positie
- De plek van het festival was een maand vooraf al omheind met hekken.
Synoniemen
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.