cijfer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cij·fer
Woordherkomst en -opbouw
  • Van Arabisch sifr (nul, letterlijk: niets, leeg). Hiervan afgeleid is ook het Engelse zero (nul).
enkelvoud meervoud
naamwoord cijfer cijfers
verkleinwoord cijfertje cijfertjes

Zelfstandig naamwoord

cijfer o

  1. (wiskunde) Een enkelvoudig symbool om een telbaar aantal aan te duiden. Bijvoorbeeld 0 en 7 zijn cijfers, maar 19 niet
    Sudoku is een populair spelletje met cijfers.
  2. een waardering van een prestatie, in een getal uitgedrukt
    Wat is je cijfer voor het proefwerk?
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
cijferen

cijfer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van cijferen
    Ik cijfer.
  2. gebiedende wijs van cijferen
    Cijfer!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van cijferen
    Cijfer je?

Meer informatie