uitgangspunt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·gangs·punt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uitgangspunt uitgangspunten
verkleinwoord (uitgangspuntje) (uitgangspuntjes)

Zelfstandig naamwoord

uitgangspunt o

  1. de aannames en veronderstellingen waar men vanuit gaat
    De dualiteit van golf en deeltje is het uitgangspunt van de kwantummechanica.
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen