dot

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dot
enkelvoud meervoud
naamwoord dot dotten
verkleinwoord dotje dotjes

Zelfstandig naamwoord

dot v/m

  1. een pluk vezelig, wollig of donzig materiaal
    "Mag ik die dot wol eens zien?".
  2. (meestal verkleinwoord) iets kleins en liefs
    Wat een dotje!
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen