locatie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- lo·ca·tie
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | locatie | locaties |
| verkleinwoord | locatietje | locatietjes |
Zelfstandig naamwoord
locatie v
- een bepaald punt in de ruimte
- De locatie van het feest werd pas een week van tevoren bekend gemaakt.
Synoniemen
- [1] plaats