paar
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- paar
Voornaamwoord
paar
- stel, twee van een soort die bij elkaar horen
- Een paar sokken lagen op de grond.
- enkele maar niet heel veel
- Neem jij een paar appels mee?
Verwante begrippen
Vertalingen
1. twee van een soort die bij elkaar horen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | paar | paren |
| verkleinwoord | paartje | paartjes |
Zelfstandig naamwoord
paar o
- een stelletje, twee geliefden die een relatie hebben
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. twee geliefden die een relatie hebben
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.