paar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • paar

Voornaamwoord

paar

  1. stel, twee van een soort die bij elkaar horen
    Een paar sokken lagen op de grond.
  2. enkele maar niet heel veel
    Neem jij een paar appels mee?
Verwante begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord paar paren
verkleinwoord paartje paartjes

Zelfstandig naamwoord

paar o

  1. een stelletje, twee geliefden die een relatie hebben
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen