par

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Latijn

Bijvoeglijk naamwoord

pār

  1. gelijk, dezelfde ... als, vergelijkbaar, gelijkwaardig
  2. (van getallen) even
  3. passend, redelijk

Zelfstandig naamwoord

pār m / v

  1. de gelijke, kameraad
  2. (Ovidius) echtgenoot, echtgenote
  3. tegenstander

pār o

  1. het gelijke
  2. het paar, het koppel (van vogels)
Verbuiging



Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • par
Woordherkomst en -opbouw
  • [A] Afkomstig van het Latijnse woord par.
  • [B] Afkomstig van het Engelse woord par.
Naar frequentie 329

Zelfstandig naamwoord

[A] par o

  1. paar (tweetal)
  2. paar (enkele)
Verbuiging
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

[B] par o

  1. (sport) (golf) par
Verbuiging


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • par
Woordherkomst en -opbouw
  • [A] Afkomstig van het Latijnse woord par.
  • [B] Afkomstig van het Engelse woord par.
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   par     paret     par     para  

Zelfstandig naamwoord

[A] par o

  1. paar (tweetal)
  2. paar (enkele)
Afgeleide begrippen
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   par     paret              

Zelfstandig naamwoord

[B] par o

  1. (sport) (golf) par
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen