span

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • span

Werkwoord

vervoeging van
spannen

span

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spannen
    Ik span.
  2. gebiedende wijs van spannen
    Span!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spannen
    Span je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen