para-

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Huidig
bestand
110
Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·ra-

Niet in de woordenlijst van de Taalunie

Woordherkomst en -opbouw
  • Via het Laatlatijn van het Oudgriekse παρά

Voorvoegsel

para-

  1. naast, bij, samenhangend met
  2. in strijd met, tegen (zie parachute, paraplu, parasol) afkomstig van 'parer': afweren, pareren
Afgeleide begrippen