relatie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- re·la·tie
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | relatie | relaties |
| verkleinwoord | relatietje | relatietjes |
Zelfstandig naamwoord
relatie v
- een min of meer vast verband .
- Zou er een relatie bestaan tussen die twee verschijnselen?
- een persoonlijke, vaak amoureuse verhouding.
- Hij onderhield een relatie met een andere vrouw.
- iemand waarmee men zakelijke contacten onderhoudt.
- Het is zaak je relaties in ere te houden.