relatie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·la·tie
enkelvoud meervoud
naamwoord relatie relaties
verkleinwoord relatietje relatietjes

Zelfstandig naamwoord

relatie v

  1. een min of meer vast verband, betrekking
    Zou er een relatie bestaan tussen die twee verschijnselen?
  2. een persoonlijke, vaak amoureuze verhouding
    Hij onderhield een relatie met een andere vrouw.
  3. iemand waarmee men zakelijke contacten onderhoudt
    Het is zaak je relaties in ere te houden.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie