enige
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- eni·ge
Bijvoeglijk naamwoord
enige
- verbogen vorm van enig.
- Wat een enige bloemen zijn dat.
- een vrij klein aantal.
- Enige bewoners van ons flatgebouw hebben daar bezwaar tegen gemaakt.
Vertalingen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | enige | enigen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
enige
- degene die uniek is in een bepaald opzicht.
- Jullie zijn de enigen die daarin geslaagd zijn.