enige
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- eni·ge
Bijvoeglijk naamwoord
enige
- verbogen vorm van de stellende trap van enig
- Wat een enige bloemen zijn dat.
Onbepaald hoofdtelwoord
enige (indien samengegaan met een telbaar zelfstandig naamwoord)
- een vrij klein aantal
- Enige bewoners van ons flatgebouw hebben daar bezwaar tegen gemaakt.
Onbepaald voornaamwoord
enige (indien samengegaan zonder een telbaar zelfstandig naamwoord)
- een vrij klein aantal
- Enige hoeveelheden zand werden voor ons flatgebouw achtergelaten.
Vertalingen
2. Een klein aantal
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | enige | enigen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
enige
- degene die uniek is in een bepaald opzicht
- Jullie zijn de enigen die daarin geslaagd zijn.
Noors
Woordafbreking
- eni·ge
| Naar frequentie | 1708 |
|---|
Bijvoeglijk naamwoord
enige mv
- onbepaalde vorm meervoud van de stellende trap van enig
- bepaalde vorm enkelvoud en meervoud van de stellende trap van enig