enige

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eni·ge

Bijvoeglijk naamwoord

enige

  1. verbogen vorm van de stellende trap van enig
    Wat een enige bloemen zijn dat.

Onbepaald hoofdtelwoord

enige (indien vergezeld van een telbaar zelfstandig naamwoord)

  1. een vrij klein aantal
    Enige bewoners van ons flatgebouw hebben daar bezwaar tegen gemaakt.
Vertalingen

Onbepaald voornaamwoord

enige (indien niet vergezeld van een telbaar zelfstandig naamwoord)

  1. een vrij klein aantal
    Enige hoeveelheden zand werden voor ons flatgebouw achtergelaten.
enkelvoud meervoud
naamwoord enige enigen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

enige

  1. degene die uniek is in een bepaald opzicht
    Jullie zijn de enigen die daarin geslaagd zijn.


Deens

Woordafbreking
  • e·ni·ge
Naar frequentie 2012

Bijvoeglijk naamwoord

enige, g / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van enig

enige, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van enig


Noors

Woordafbreking
  • e·ni·ge
Naar frequentie 1727

Bijvoeglijk naamwoord

enige, m / v / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van enig

enige, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van enig