stel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stel stellen
verkleinwoord stelletje stelletjes

Zelfstandig naamwoord

stel o

  1. een tweetal of een klein aantal bij elkaar behorende onderdelen of mensen
    Wat een knap stel, die twee!
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
stellen

stel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stellen
    Ik stel.
  2. gebiedende wijs van stellen
    Stel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stellen
    Stel je?