hoek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoek
enkelvoud meervoud
naamwoord hoek hoeken
verkleinwoord hoekje hoekjes

Zelfstandig naamwoord

hoek m

  1. een punt waar twee benen of halve rechten samenkomen
  2. een plaats waar twee muren samenkomen in bijvoorbeeld een kamer of op straat
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • om de hoek
Vertalingen


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord hoek hoeke

Zelfstandig naamwoord

hoek

  1. hoek