minute

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Engels

Uitspraak
zelfstandig naamwoord:
bijvoeglijk naamwoord:
enkelvoud meervoud
minute minutes

Zelfstandig naamwoord

minute

  1. minuut, een eenheid van tijd. Een zestigste van een uur
    You have one minute to complete the test.
  2. Een korte, ongespecificeerde eenheid tijd.
    Wait a minute, I'm not ready yet!
  3. minuut, een zestigste van een graad
    We need to be sure these maps are accurate to within one minute.
  4. notulen, (meervoud - minutes). Het verslag van een bijeenkomst.
    Let's look at the minutes of last week's meeting.
vervoeging
onbepaalde wijs to minute
he/she/it minutes
verleden tijd minuted
voltooid
deelwoord
minuted
onvoltooid
deelwoord
minuting

Werkwoord

minute

  1. notuleren

Bijvoeglijk naamwoord

minute

  1. minuscuul, nietig


Frans

Uitspraak

Lettergrepen
  • mi·nute
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  minute     la minute     minutes     les minutes  

Zelfstandig naamwoord

minute v

  1. minuut

Werkwoord

  1. eerste persoon enkelvoud indicatif présent van minuter
  2. derde persoon enkelvoud indicatif présent van minuter
  3. eerste persoon enkelvoud subjonctif présent van minuter
  4. derde persoon enkelvoud subjonctif présent van minuter
  5. tweede persoon enkelvoud impératif van minuter
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen