minute

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Engels

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

zelfstandig naamwoord:
bijvoeglijk naamwoord:
Naar frequentie 396 (zelfstandig naamwoord)


enkelvoud meervoud
minute minutes

Zelfstandig naamwoord

minute

  1. (natuurkunde), (tijdrekening), (eenheid) minuut (een eenheid van tijd)
    You have one minute to complete the test.
  2. (aardrijkskunde), (eenheid) minuut, een zestigste van een graad
    We need to be sure these maps are accurate to within one minute.
  3. notulen (meervoud - minutes) (het verslag van een bijeenkomst)
    Let's look at the minutes of last week's meeting.
vervoeging
onbepaalde wijs to minute
he/she/it minutes
verleden tijd minuted
voltooid
deelwoord
minuted
onvoltooid
deelwoord
minuting
gebiedende wijs minute

Werkwoord

minute

  1. (overgankelijk) notuleren


Naar frequentie 3559 (bijvoeglijk naamwoord)

Bijvoeglijk naamwoord

minute

  1. minuscuul, nietig


Frans

Uitspraak
Woordafbreking
  • mi·nute
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  minute     la minute     minutes     les minutes  

Zelfstandig naamwoord

minute v

  1. (tijdrekening) minuut

Werkwoord

  1. eerste persoon enkelvoud indicatif présent van minuter
  2. derde persoon enkelvoud indicatif présent van minuter
  3. eerste persoon enkelvoud subjonctif présent van minuter
  4. derde persoon enkelvoud subjonctif présent van minuter
  5. tweede persoon enkelvoud impératif van minuter
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen