brug
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: brug (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /brʏχ/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /brʏx/
Woordafbreking
- brug
Woordherkomst en -opbouw
|
|
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | brug | bruggen |
| verkleinwoord | bruggetje, brugje | bruggetjes, brugjes |
Zelfstandig naamwoord
- (waterstaat) kunstmatige weg over een diepte
- Nadat zij de brug over waren, bevonden zij zich in de oude stad.
- een vervanging van tanden
- (scheikunde) een verbinding tussen twee moleculen
- (sport) een turnapparaat
- Hij was met gym nooit erg goed, maar op de brug was hij dat zeker wel.
- een hulpmiddel in de garage om een wagen mee op te tillen
- Zetten jullie de auto vast op de brug, dan beginnen we er na de pauze aan.
- (scheepvaart) de plaats op een schip vanwaar het bestuurd wordt
- Vanaf de brug was het kleine bootje plots niet meer te zien, wat de schipper een onbehaaglijk gevoel gaf.
- elk van de steunplaatjes, aan één van de vlakke zijden van een horloge, voor de draaiende onderdelen
- (natuurkunde) elektrische verbinding die over gedrukte bedrading is aangebracht
- (informatica) aansluitmogelijkheid tussen gelijksoortige netwerken
- een persoon die de culturele en taalkundige kloof tussen groepen overbrugt
- Hij vormde gedurende het gehele internationale jongerenwerkkamp de brug tussen de Nederlanders en de Fransen, die elkaar vaak moeilijk begrepen.
- middenstuk van een bril
- De bril was er zo slecht aan toe dat de brug door het stootje knapte.
- een verbinding tussen twee punten met hulp van vliegtuigen (luchtbrug)
- Toen West-Berlijn van de buitenwereld werd afgesloten werden de bewoners door een brug van vliegtuigen van voeding voorzien.
- (kaartspel) een kaartspel
Synoniemen
Spreekwoorden
Dat is een brug te ver.
- Dat is te hoog gegrepen.
Vertalingen
kunstmatige weg over een diepte
|
|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Afrikaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | brug | brûe [1] |
Zelfstandig naamwoord
brug
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Waterstaat in het Nederlands
- Scheikunde in het Nederlands
- Sport in het Nederlands
- Scheepvaart in het Nederlands
- Natuurkunde in het Nederlands
- Informatica in het Nederlands
- Kaartspel in het Nederlands
- Woorden in het Afrikaans
- Zelfstandig naamwoord in het Afrikaans
- Kaartspel in het Afrikaans