viool
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vi·ool
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | viool | violen |
| verkleinwoord | viooltje | viooltjes |
Zelfstandig naamwoord
- (muziekinstrument) viersnarig strijkinstrument
- (techniek), (scheepvaart) een katrol/blok met twee boven elkaar geplaatste schijven van verschillende grootte, waardoor de vorm wat op een viool lijkt
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
- [1] eerste viool, tweede viool, vioolconcert, vioolkist, violist, vioolmuziek, vioolsleutel, vioolsnaar, vioolsolo, sleutelviool
- [2] vioolblok
Verwante begrippen
- [1] altviool, cello, concertmeester, contrabas, kamermuziek, pizzicato, strijkkwartet, strijkorkest, strijkstok, viola d'amore, viola da braccio, viola da gamba, vioolhars
- [2] schoot, takel, tuig, val, want
Uitdrukkingen en gezegden
|
Vertalingen
1. strijkinstrument
2. vioolvormig, dubbelschijfs katrol/blok
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | (viool) | (violen) |
| verkleinwoord | viooltje | viooltjes |
Zelfstandig naamwoord
viool o
- (plantkunde) een laaggroeiend plantje met vaak driekleurige bloemen (plantengeslacht Viola)
Schrijfwijzen
- Doorgaans wordt alleen de verkleinvorm "viooltje/viooltjes" gebruikt, zie viooltje
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.