gitaar
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- gi·taar
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gitaar | gitaren |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
- (muziekinstrument) een muziekinstrument, gewoonlijk met zes snaren, bespeeld met de vingers of een plectrum
Vertalingen
1. een muziekinstrument