bro

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Deens

Uitspraak
  • IPA: [b̥ʁoːˀ]
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

bro g

  1. brug
Verbuiging


  1. «Den bro er endeligt gjort.»
    De brug is eindelijk gemaakt.


Surinaams

Werkwoord

bro

  1. blazen, ademen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen