zwerven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwer·ven
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘ronddolen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1588 [1] [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zwerven
/'zʋɛrvə(n)/
zwierf
/'zʋiːrf/
gezworven
/ɣə'zʋɔrvə(n)/
klasse 3 volledig

Werkwoord

zwerven

  1. doelloos of nomadisch heen en weer reizen
    • Hij zwierf jaren door de woestijn. 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen