ronddwalen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rond·dwa·len
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

ronddwalen [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ronddwalen
dwaalde rond
rondgedwaald
zwak -d volledig
  1. zonder duidelijke richting en doel bewegen in een bepaalde ruimte
    • In de afgelopen jaren kreeg de biënnale de bijnaam White-ny, omdat er in vorige edities zo weinig zwarte en vrouwelijke kunstenaars te zien waren. Ronddwalend door de zalen van het prachtige nieuwe gebouw van het Whitney, wordt duidelijk dat de jonge curatoren Mia Locks en Christopher Y. Lew daar dit jaar gelukkig verandering in hebben gebracht. Het resultaat is een uiterst politieke biënnale. Hier zijn kunstwerken te zien die gaan over een land dat worstelt met zijn eigen identiteit, de identiteit van haar inwoners, van haar politiek, van haar toekomst en bestaansrecht als land van mogelijkheden en dromen.[2] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Mirthe Berentsen 4 april 2017