dwalen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dwa·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
dwalen
dwaalde
gedwaald
zwak -d volledig

Werkwoord

dwalen

  1. ergatief zonder kennis van waar men is rondbewegen
    • We zijn uren door die stad gedwaald voordat we eindelijk een bruikbaar verkeersbord zagen. 
  2. inergatief zonder kennis van waar men is bewegen
    • We hebben gelukkig niet zo lang gedwaald. 
  3. inergatief geestelijk zich op een afwijkend pad bevinden, het mis hebben
    • Er werd bepaald dat de bisschop gedwaald had met deze omstreden uitspraak. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl