smerig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sme·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen smerig smeriger smerigst
verbogen smerige smerigere smerigste
partitief smerigs smerigers -

Bijvoeglijk naamwoord

smerig

  1. bijzonder vuil
    Doe eerst die smerige broek eens in de was!
  2. zeer slecht van smaak
  3. schunnig, gemeen
    wat een smerige streek is dat!
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl