smerig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sme·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen smerig smeriger smerigst
verbogen smerige smerigere smerigste
partitief smerigs smerigers -

Bijvoeglijk naamwoord

smerig

  1. bijzonder vuil
    • Doe eerst die smerige broek eens in de was! 
  2. zeer slecht van smaak
  3. schunnig, gemeen
    • wat een smerige streek is dat! 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl