Naar inhoud springen

vieze

Uit WikiWoordenboek
  • vie·ze

vieze

  1. verbogen vorm van de stellende trap van vies
    ▸ Ik pak mijn vieze onderbroek van het bed en veeg mijn tranen weg.[1]
    ▸ De leugen bezorgt haar een vieze smaak in haar mond.[2]
99 %van de Nederlanders;
92 %van de Vlamingen.[3]
  1. ↑ “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  2. ↑
    Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  3. ↑ Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
  • IPA: /ˈviːzɐ/ (Etsbergs)
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vieze
vees
geveze
klasse 1 volledig

vieze

  1. vijzen