veest

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • veest
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord veest veesten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

veest m [3]

  1. wind (uit de darm)
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
vezen

veest

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vezen
    • Jij veest. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vezen
    • Hij veest. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van vezen
    • Veest! 
vervoeging van
veesten

veest

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van veesten
  2. gebiedende wijs van veesten

Gangbaarheid

7 % van de Nederlanders;
22 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen