verzekering

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ze·ke·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verzekering verzekeringen
verkleinwoord verzekeringetje verzekeringetjes

Zelfstandig naamwoord

verzekering v

  1. overeenkomst waarmee men zorgt voor vergoeding van schade, diefstal e.d. door het betalen van een premie aan degene die verzekert
  2. de mededeling dat iets een feit is
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie