assurance

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
assurance assurances

Zelfstandig naamwoord

assurance

  1. verzekering (mededeling dat iets een feit is)
  2. verzekering (overeenkomst waarmee men zorgt voor vergoeding van schade, diefstal e.d. door het betalen van een premie aan degene die verzekert)


Frans

enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  assurance     l'assurance     assurances     les assurances  

Zelfstandig naamwoord

assurance v

  1. verzekering (overeenkomst waarmee men zorgt voor vergoeding van schade, diefstal e.d. door het betalen van een premie aan degene die verzekert)
  2. verzekering (mededeling dat iets een feit is)