verslaving

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·sla·ving
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord van handeling van verslaven met het achtervoegsel -ing.
enkelvoud meervoud
naamwoord verslaving verslavingen
verkleinwoord verslavinkje verslavinkjes

Zelfstandig naamwoord

verslaving v

  1. een toestand waarin een persoon fysiek en/of mentaal van een gewoonte of stof afhankelijk is
    • „Ja, wel degelijk.” Paling pakt de DSM-5, het handboek voor de psychiatrie. „Hierin staan elf criteria en als je er twee binnen een jaar hebt, spreek je van verslaving.” Hij leest wat criteria voor: „Meer gebruiken dan gepland, vergeefs proberen te stoppen, hunkering naar het middel, niet goed kunnen zorgen voor je kinderen, verzuim van werk. Nou, dat zie ik allemaal in mijn spreekkamer.” [1] 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Karel Berkhout 18 februari 2018 Verslaafd aan een pilletje voor het slapen
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be