verslaven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·sla·ven
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van slaaf met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verslaven
verslaafde
verslaafd
zwak -d volledig

Werkwoord

verslaven

  1. overgankelijk tot slaaf maken
    • Suiker verslaaft! 
Opmerkingen
  1. Het deelwoord vormt een ergatieve constructie met raken
    • Hij was eraan verslaafd geraakt. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders
81 % van de Vlamingen.

Verwijzingen