prima

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pri·ma
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Italiaanse woord prima, de vrouwelijke vorm van primo ("eerste"), hetgeen is afgeleid van het Latijnse primus. [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord prima prima's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

prima v/m

  1. (handel) eerste wissel
    prima bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
stellend
onverbogen prima
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

prima

  1. uitstekend, eerste (als in: eerste klasse)
    Dat is een prima wijntje.
Afgeleide begrippen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Italiaans

Woordafbreking
  • pri·ma

Bijvoeglijk naamwoord

prima v

  1. vrouwelijke vorm van primo


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /primɐ/ (Etsbergs)
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Latijn.

Bijvoeglijk naamwoord

prima

  1. uitstekend


Portugees

enkelvoud meervoud
prima primas

Zelfstandig naamwoord

prima v

  1. (familie) nicht


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • pri·ma
enkelvoud meervoud
prima primas

Zelfstandig naamwoord

prima v

  1. (familie) nicht