tenor

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·nor
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘hoogste mannenstem’ voor het eerst aangetroffen in 1591 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord tenor tenoren
verkleinwoord tenoortje tenoortjes

Zelfstandig naamwoord

tenor m [3]

  1. hoge mannenstem, tenorstem
  2. (muziek) (beroep) een zanger met een hoge mannenstem
    • De tenor was goed te horen, maar overheerste niet. 
  3. (muziek) de meest langzaam gezongen melodiestem die de basis vormt voor een meerstemmige middeleeuwse compositie
  4. de lagere (maar niet de laagste) variant van een aantal muziekinstrumenten, zoals tenorsaxofoon etc.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen