tenor

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·nor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tenor tenoren
verkleinwoord tenoortje tenoortjes

Zelfstandig naamwoord

tenor m [2]

  1. hoge mannenstem, tenorstem
  2. (muziek) (beroep) een zanger met een hoge mannenstem
    De tenor was goed te horen, maar overheerste niet.
  3. (muziek) de meest langzaam gezongen melodiestem die de basis vormt voor een meerstemmige middeleeuwse compositie
  4. de lagere (maar niet de laagste) variant van een aantal muziekinstrumenten, zoals tenorsaxofoon etc.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal

Meer informatie