mezzosopraan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mez·zo·so·praan
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘zangstem tussen sopraan en alt’ voor het eerst aangetroffen in 1824 [1]
  • samenstelling van het Italiaanse mezzo (half, middelmatig) en sopraan [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord mezzosopraan mezzosopranen
verkleinwoord mezzosopraantje mezzosopraantjes

Zelfstandig naamwoord

mezzosopraan

  1. v / m zangstem tussen sopraan en alt
  2. v (beroep) zangeres met een stem tussen sopraan en alt
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen