stamper

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stam·per
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stamper stampers
verkleinwoord stampertje stampertjes

Zelfstandig naamwoord

stamper m

  1. (ook (huishouden)) instrument waarmee men iets fijnstampt
  2. in het bijzonder in samenhang met het gebruik van een vijzel -> vijzelstamper
  3. (biologie) zich in het midden van de bloem bevindend vrouwelijk orgaan, dat bestaat uit vruchtbeginsel, stijl en stempel
  4. iemand die stampt
  5. (muziek) sterk ritmische melodie -> discostamper, soulstamper
  6. (militair) laadstok van een ouderwets vuurwapen
  7. (Zuidnederlands) snoepgoed op een stokje (lekstok, lolly)
    stamper bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie