vijzel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
[1] Agaten vijzel met stamper
[2] Hydraulische vijzel
[3] Vijzel van een watergemaal

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vij·zel
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘stampvat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1478 [1] [2]
  • In de betekenis van ‘windas’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1465 [3]
enkelvoud meervoud
naamwoord vijzel vijzels
verkleinwoord vijzeltje vijzeltjes

Zelfstandig naamwoord

vijzel

  1. m: (scheikunde), (gereedschap) een vat waarin met een stamper stoffen fijngestampt kunnen worden
    • Vijzels worden van hard materiaal zoals messing, porselein of agaat vervaardigd. 
  2. v/m (techniek), (bouwkunde) een dommekracht of krik waarmee door middel van een schroef- of hydraulisch systeem, grote kracht kan worden uitgeoefend.
    • Met behulp van een groot aantal vijzels is het gebouw opgevijzeld. 
  3. v/m (waterstaat), (techniek) een waterschroef, een spiraalvormig onderdeel van een gemaal
    • Een ronddraaiende vijzel werkt het water omhoog. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

Werkwoord

vervoeging van
vijzelen

vijzel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vijzelen
    • Ik vijzel. 
  2. gebiedende wijs van vijzelen
    • Vijzel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vijzelen
    • Vijzel je? 

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen