vruchtbeginsel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrucht·be·gin·sel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vruchtbeginsel vruchtbeginselen
vruchtbeginsels
verkleinwoord vruchtbeginseltje vruchtbeginseltjes

Zelfstandig naamwoord

vruchtbeginsel o

  1. (biologie) het benedenste deel van de stamper, waarin zich de zaadknoppen bevinden, en dat kan uitgroeien tot vrucht
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie