stempel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Stempels.
De grote horizontale buizen zijn stempels.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stem·pel
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘werktuig om te drukken’ voor het eerst aangetroffen in 1573 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord stempel stempels
verkleinwoord stempeltje stempeltjes

Zelfstandig naamwoord

stempel m

  1. een voorwerp met een ingesneden oppervlak waarmee afdrukken gemaakt kunnen worden met inkt of in lak
    • Hij zette er zijn stempel op. 
  2. een afdruk van [1]
    • Het stempel op de postzegel liet zien dat de brief in Rolde gepost was. 
  3. (bouwkunde) balk of schoor ter ondersteuning
    • De stempels blijven onder de bekisting van de betonbalken staan totdat deze voldoende verhard zijn. 
    • Er worden stempels gebruikt om de keerwanden van een bouwkuip uiteen te houden. 
  4. (plantkunde) bovenste gedeelte van de bloemstamper
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
stempelen

stempel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stempelen
    • Ik stempel. 
  2. gebiedende wijs van stempelen
    • Stempel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stempelen
    • Stempel je? 

Verwijzingen