rotvent

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rot·vent
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rotvent rotventen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

rotvent m [1]

  1. een heel vervelende man
    • Uiteindelijk besloot ik een rekensommetje toe te passen, op basis van eerder behaalde resultaten en karma, waardoor Duitsland als potentiële kampioen al direct afviel. In mijn pooltje speelt Oranje de finale, want dat hebben we wel verdiend. Ondanks dat die Spaanse spelers van die kleine, jankende rotventjes zijn, hebben ze laten zien dat ze goed kunnen toneelspelen, aardig kunnen voetballen en de allergrootste troef in handen hebben. [2] 
    • „Ja”, zegt ze, „eigenlijk wel. Ik was caissière bij C&A. De bedrijfsleider – achteraf zeg je: wat een rotvent, maar toen keek je er geweldig tegen op – wou me niet laten gaan. Toen is mijn zuster, die was verpleegster, gaan zeggen: we hebben haar thuis nodig, ze kómt gewoon niet meer.” [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. De Telegraaf FIDES CIBLAK 08 nov. 2012 De prognose
  3. NRC Koos van Zomeren 7 juni 2006 Meisje in de oorlog