ellendeling
Uiterlijk
- Geluid: ellendeling (hulp, bestand)
- IPA: / ɛˈlɛndəˌlɪŋ / (4 lettergrepen)
- el·len·de·ling
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ellendeling | ellendelingen |
| verkleinwoord | ellendelingetje | ellendelingetjes |
de ellendeling m
- (scheldwoord) verachtelijk, slecht mens
- ▸ Je bent een ellendeling! stotterde Bertie. We hadden afgesproken dertig pond. Ik heb geen honderd pond; ik ben niet rijk.[2]
- Het woord ellendeling staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "ellendeling" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 92 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ ellendeling op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Weblink bron “Noodlot” (1890), p. 192 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Scheldwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 98 %
- Prevalentie Vlaanderen 92 %