vlerk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlerk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vlerk vlerken
verkleinwoord vlerkje vlerkjes

Zelfstandig naamwoord

vlerk m, v

  1. brutaal, onbeleefd en meestal jong persoon
    Je weet het natuurlijk niet zeker, maar in de reacties op de online necrologieën lijkt een andere generatie aan het woord: „De man was domweg een arrogante vlerk”, schrijft iemand in de FAZ, „met zijn morele superioriteit en zijn ‘verheven’ wereldbeeld”.[2]
  2. vleugel
  3. (informeel) hand
    Blijf er met je vlerken af!
Synoniemen
  1. [1] vlegel, patser
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
88 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. NRC Paul Luttikhuis 14 april 2015