rotzak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rot·zak
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘scheldwoord’ voor het eerst aangetroffen in 1692 [1]
  • afgeleid van zak met het voorvoegsel rot- [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord rotzak rotzakken
verkleinwoord rotzakje rotzakjes

Zelfstandig naamwoord

rotzak m

  1. (scheldwoord) iemand die zich schurkachtig gedraagt
    • Met die rotzakken wil ik niets te maken hebben. 
Verwante begrippen
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen