norma

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pools

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

norma v

  1. regel, wet; een bindende manier van voorgeschreven menselijk gedrag


Slowaaks

Zelfstandig naamwoord

norma v

  1. regel, wet; een bindende manier van voorgeschreven menselijk gedrag

Meer informatie


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • nor·ma
enkelvoud meervoud
norma normas

Zelfstandig naamwoord

norma v

  1. norm
Synoniemen

Verwijzingen


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • nor·ma
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn

Zelfstandig naamwoord

norma v

  1. regel, wet; een bindende manier van voorgeschreven menselijk gedrag
    «Evropská unie sice nevydala žádný předpis, který by zakazoval bít děti, ale zásada nepoužívat tento způsob trestu je přijímána jako nepsaná norma v civilizovaných zemích.»
    De Europese Unie heeft weliswaar geen voorschrift uitgegeven, die het slaan van kinderen zou verbieden, maar in principe wordt het niet gebruiken van deze manier van straffen beschouwd als een ongeschreven regel in geciviliseerde landen.
  2. voorschrift, richtlijn, norm, standaard
    «Některé československé státní normy platily ještě dlouho po zániku československého státu.»
    Enkele staatsnormen van Tsjecho-Slowakije golden nog lang na het ontbinding van de Tsjecho-Slowaakse staat.
  3. norm, regel; stelsel van meestal ongeschreven gedragsregels, gebaseerd op een stelsel van waarden
    «Odkládání rodičovství do věku přes třicet let se v poslední době stalo normou
    Het uitstellen van het ouderschap tot na de dertig jaar is de laatste tijd de norm geworden.
  4. (wiskunde) norm; eigenschap die veel overeenkomst vertoont met het dagelijkse begrip grootte
Verbuiging
Synoniemen
  1. pravidlo o, zákon monbezield
  2. standard monbezield, směrnice v
  3. normál monbezield, normálnost v, obvyklost v, běžnost v, zvyk monbezield
Antoniemen
  1. neobvyklost v, unikátnost v
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Meer informatie

Verwijzingen